Tafeltennis spelregels
Voor als je niet alleen hard wilt slaan, maar ook wilt weten waarom.
Tafeltennis is simpel: balletje over het net, terug op tafel en vooral zorgen dat je tegenstander ’m niet meer terug krijgt. Voor de fanatiekelingen onder ons zijn dit de basisregels.
1. Elke game gaat tot 11
De eerste speler die 11 punten heeft, wint de game.
2. Best of five
Een wedstrijd bestaat uit maximaal 5 games. Wie als eerste 3 games wint, wint de wedstrijd.
3. Twee punten verschil
Bij 10-10 ben je er nog niet. Je moet met 2 punten verschil winnen. Dus 12-10 kan, maar 11-10 niet.
4. De service wisselt
De service wisselt iedere 2 punten.
5. 10-10? Om en om.
Bij een stand van 10-10 wisselt de service na ieder punt. Geen tijd om rustig op adem te komen dus.
6. Bal omhoog
Bij de service gooi je de bal ongeveer 16 centimeter recht omhoog voordat je hem raakt.
7. Wie begint?
Wie als eerste serveert, wordt bepaald met een loting.
8. Bal op een vlakke hand
De bal moet bij het begin van de service op een vlakke, open hand liggen.
9. Hand boven de tafel
De hand waarmee je de bal vasthoudt, mag bij het begin van de service niet onder het tafelblad zijn.
10. Geen verstoppertje
Je tegenstander moet de bal tijdens de service kunnen zien. Dus niet stiekem verstoppen achter je hand, hoofd, schouder of buik.
11. Het juiste batje
Een tafeltennisbatje heeft aan de ene kant zwart rubber. De andere kant heeft een felle kleur die duidelijk verschilt van zwart én van de kleur van de bal.
Klaar?
Dan weet je genoeg om de tafel op te gaan.
Sla hard. Speel slim. En doe vooral alsof je weet wat je doet. 😉
Maak er een potje van.
