pijl

Jeu de boules spelregels

Geen idee wat je met die ballen moet doen? Geen stress.

Reserveren

Jeu de boules is eigenlijk heel simpel: gooi je boule zo dicht mogelijk bij de but. De rest wijst zich vanzelf.

Je kunt bij Bob natuurlijk lekker je eigen spel spelen. Maar wil je weten hoe het spel officieel in elkaar zit? Lees dan even verder.

Het doel van het spel

Een wedstrijd bestaat uit verschillende rondes. 13 punten is de magische grens: het team dat die als eerste bereikt, wint.

Na iedere ronde kijk je welk team de boule het dichtst bij de but heeft liggen. Iedere boule die dichterbij ligt dan de beste boule van de tegenstander, levert één punt op.

Dus heb je twee boules dichter bij de but liggen dan die van de tegenpartij? Dan pak je twee punten.

Simpel zat.

1. Verdeel de teams

Je speelt altijd met twee teams tegen elkaar. Hoeveel boules iedereen krijgt, hangt af van het aantal spelers.

  • 1 tegen 1 — Tête-à-tête: Iedere speler speelt met 3 boules.
  • 2 tegen 2 — Doublette: Iedere speler speelt met 3 boules.
  • 3 tegen 3 — Triplette: Iedere speler speelt met 2 boules.

Ben je met een grotere groep? Dan kun je natuurlijk gewoon meerdere teams maken en lekker rouleren.

2. De baan op

Voordat de eerste boule door de lucht vliegt, moet de but worden gegooid.

Maar wat is de but?

De but is het kleine houten balletje waar iedereen vervolgens achteraan mag gooien. Je kunt hem zien als het doel van het spel: hoe dichter jouw boule erbij ligt, hoe beter je ervoor staat.

  • Per baan spelen twee teams.
  • Elk team speelt met een eigen set boules.
  • Bij 2 spelers per team heeft iedere speler 3 boules.
  • Bij meer dan 2 spelers krijgt ieder team 6 boules.
  • Plaats de werpcirkel aan het begin van de baan.
  • Ga met beide voeten binnen de cirkel staan.
  • Gooi de but de baan op.
  • Zorg dat de but minimaal 1 meter van de achterste lijn en de zijkant ligt.

But op z'n plek? Tijd om te mikken.

3. Wie mag er gooien?

Het team dat begint, probeert de eerste boule zo dicht mogelijk bij de but te leggen.

Daarna is de tegenstander aan zet.

Het doel is simpel: gooi een boule die dichter bij de but ligt dan de huidige beste boule.

Gelukt? Dan gaat de beurt weer naar de tegenpartij.

Niet gelukt? Dan mag je opnieuw proberen. Je blijft aan de beurt totdat je een betere boule hebt gegooid.

Kom je er helemaal niet voorbij? Dan zijn je boules nog steeds niet voor niets meegebracht. Het andere team mag vervolgens zijn resterende boules spelen.

Wanneer alle boules zijn gegooid, zit de ronde erop.

4. Tijd om te tellen

Nu wordt het spannend.

Kijk welk team de boule heeft die het dichtst bij de but ligt. Dat team krijgt de punten.

Iedere boule die van dat team dichter bij de but ligt dan de beste boule van de tegenstander, is goed voor één punt.

Tel de punten op en zet ze op het scorebord.

Daarna begint de volgende ronde.

5. Andere kant op

Na iedere ronde gaat de werpcirkel naar de andere kant van de baan. De volgende ronde speel je dus de tegenovergestelde richting.

Het team dat de vorige ronde heeft gewonnen, mag opnieuw beginnen. Eerst wordt de but gegooid, daarna de eerste boule.

Mikken. Gooien. Tellen. Nog een rondje.

Tot iemand de 13 aantikt.

Klaar? Dan weet je genoeg om te beginnen.

En vergeet niet: win je niet met het spel? Dan kun je altijd nog in de biergarten winnen. 😉

Maak er een potje van.

Reserveer jouw potje